2025-03-20

Publicatie WUR over gebruik reststromen voor diervoeder

Tags

Diervoederindustrie
Primaire Sector
Voedselverwerking
Nieuws
Oplossingen & adviezen

Bron foto: Dewald Kirsten, Shutterstock.com.

Recent publiceerde Wageningen University & Research het rapport ‘Hoogwaardiger gebruik van reststromen voor diervoeder’. Het geeft een bondig overzicht van huidige bestemmingen van reststromen, kansen en uitdagingen voor hoogwaardigere inzet ervan, en aanbevelingen. Er blijken meerdere praktische, economische en juridische redenen te zijn waardoor sommige ondernemers ervoor kiezen om hun reststromen op een andere manier te gebruiken dan voor diervoer. Bijvoorbeeld vergisting tot biogas, wat volgens de Ladder van Moerman een minder hoogwaardige bestemming is dan de inzet als diervoer. Bij vergisting verlaten de waardevolle grondstoffen namelijk de voedselketen, terwijl ze bij gebruik als diervoer circulair in de keten blijven.

Het cluster Circulaire Dierlijke Eiwitketen werkt aan oplossingen
Het cluster Circulaire Dierlijke Eiwitketen van Samen Tegen Voedselverspilling zet zich samen met de cluster-deelnemers ook in om de kansen en uitdagingen van dit vraagstuk samen aan te gaan. In dit cluster werken bedrijven uit de hele keten samen aan business modellen en innovatieve oplossingen om reststromen uit de voedselketen op grote schaal hoogwaardig te verwerken tot diervoer. Het doel is een circulaire dierlijke eiwitketen, waarin de waardevolle grondstoffen met voedingswaarde in de voedselketen blijven.

Onderzoeksvragen in het rapport
Het rapport van WUR geeft antwoord op de volgende twee onderzoeksvragen. We noemen in dit artikel slechts enkele highlights, in het rapport vind je de gedetailleerde antwoorden op de vragen.

1. Wat weten we over de beschikbaarheid, huidige inzet en circulariteit van reststromen als diervoeder?
Het rapport geeft aan dat de hoeveelheid van mogelijk bruikbare reststromen groot is. De meeste worden al grotendeels verwaard als diervoeder. Voor dierlijke bijproducten is de wet- en regelgeving de laatste jaren iets meer versoepeld, waardoor meer van deze bijproducten verwerkt mogen worden in diervoeder. Maar door de sterke vraag vanuit andere markten, zoals voer voor gezelschapsdieren en biodiesel, zijn de mogelijkheden voor verdere inzet voor diervoeder momenteel beperkt. En hoewel ook veel andere reststromen in theorie meer circulair ingezet kunnen worden, zijn er verschillende oorzaken waardoor voor een andere inzet wordt gekozen dan diervoeder. Zie daarvoor onderzoeksvraag 2.

2. Wat zijn de oorzaken van een andere inzet van reststromen dan als diervoeder?
Het rapport laat zien dat de oorzaken voor het gebruik van reststromen voor andere toepassingen dan diervoeder voornamelijk praktisch, economisch en juridisch zijn. Daarnaast speelt de concurrentie met energietoepassingen een rol. Hieronder enkele voorbeelden:

  • Praktisch: Oogst- en gewasresten worden vaak op het land achtergelaten of ondergeploegd als groene meststof, omdat het transport en de opslag van deze vaak kort houdbare en vochtige reststromen minder praktisch en kostentechnisch minder aantrekkelijk zijn.

  • Economisch: Bedrijven kiezen er vaak voor om reststromen om te zetten in biogas voor energieproductie, omdat dit financieel voordeliger kan zijn dan deze reststromen als diervoeder af te zetten, gezien de energieprijzen en emissierechten.

  • Juridisch: Na verschillende crises met ziekten in de veeteelt, zoals BSE en mond- en klauwzeer, is er strenge wet- en regelgeving voor het gebruik van dierlijke bijproducten als diervoeder. Behalve in uitzonderlijke gevallen die aan strikte voorwaarden voldoen. Maar deze uitzonderingen zijn beperkt en vaak specifiek voor bepaalde diersoorten of omstandigheden, en vereisen onder andere een risicoanalyse en goedkeuring van de Europese autoriteiten.

Aanbevelingen
Tot slot geeft het rapport aanbevelingen op drie gebieden: innovatie, regelgeving en samenwerking.

  • Innovaties omvatten het verbeteren van de houdbaarheid en logistiek van reststromen, het onderzoeken van alternatieve reststromen, het stimuleren van biogasproductie in combinatie met reststroomgebruik, het verbeteren van analysetools voor monitoring, en het inzetten op innovaties die praktische en economische haalbaarheid vergroten richting het verhogen van de inzet van reststromen in diervoeder.

  • Wat regelgeving betreft, wordt aangeraden om de toelating van dierlijke bijproducten voor diervoeder (verder) te versoepelen, Europese wetgeving te harmoniseren, een strategisch kader voor reststroomgebruik te ontwikkelen, en experimenteerruimte in de regelgeving te creëren om innovaties te kunnen testen.

  • Ten slotte worden samenwerking en kennisdeling gestimuleerd door het vergroten van inzicht in sectoren die reststromen nodig hebben, het opzetten van een centrale reststroomdatabase, het faciliteren van publiek private samenwerkingen, het versterken van de rol van brancheorganisaties, en het prioriteren van circulaire ketens in de agrofoodsector middels gezamenlijke afspraken over het gebruik van reststromen.


De gedetailleerde antwoorden op de onderzoeksvragen en aanbevelingen vind je in het rapport van WUR.