2026-07-16
Monitor vleesverwerkende industrie groeit en zet verdiepende stappen
Tags
Leden van brancheorganisatie VleesNL hebben voor het derde jaar op rij hun reststromen in kaart gebracht. Het aantal deelnemende bedrijven is gegroeid naar twaalf. Dit jaar is in detail gekeken naar de bestemming van verschillende reststromen en naar de vraag hoe deze zo hoogwaardig mogelijk kunnen worden benut. De monitor geeft beter inzicht in mogelijkheden om verspilling verder te verminderen en laat zien waar wet- en regelgeving de inzet van reststromen voor diervoer of humane consumptie kan beperken.
Deze voedselverspillingsmonitor is ontwikkeld in samenwerking met VleesNL, Wageningen University & Research (WUR) en Samen Tegen Voedselverspilling, en met steun van het ministerie van LVVN. De deelnemende bedrijven aan deze monitor zijn actief in de slacht en verwerking van runderen, kalveren en varkens.
“Met deze monitor krijgen onze leden steeds beter zicht op hun reststromen en op de mogelijkheden om deze zo hoogwaardig mogelijk te benutten,” zegt Richard de Mooij, secretaris van VleesNL. “Dat inzicht is belangrijk om verspilling verder terug te dringen én om onderbouwd te laten zien waar wet- en regelgeving soms belemmerend werkt.”
Ruth Bouwstra, directeur Corporate Affairs and Quality bij VanDrie Group, ziet het belang van voedselverspillingsmonitoring in. “Hiermee kan worden gekeken waar we de grootste impact kunnen behalen. Er liggen nog kansen om voedselverspilling te verminderen. Daarnaast kunnen we deze data gebruiken voor onze CSRD-rapportage en hebben we dankzij de presentatie van EFPRA (The European Fat Processors and Renderers Association) nieuwe inzichten opgedaan.”
Verschillende reststromen in kaart
Binnen de vleesverwerkende industrie wordt onderscheid gemaakt tussen vier reststroomcategorieën:
Categorie I en II: materiaal dat wettelijk is uitgesloten van menselijke of dierlijke consumptie.
Categorie III: materiaal dat, mits juist behandeld, mag worden verwerkt tot veevoer.
Foodgrade: materiaal dat veilig is voor menselijke voeding.
Dit jaar is ingezoomd op welke reststromen, ofwel dierlijke bijproducten, naar welke categorie gaan en hoe deze keuze wordt gemaakt. Dit geeft meer inzichten in waar nog winst te behalen valt. De datakwaliteit van de monitor is verbeterd, maar het blijft uitdagend om te achterhalen welk deel van de reststromen daadwerkelijk voor humane consumptie of diervoer wordt benut. Dat komt doordat verdere verwerking vaak elders in de keten plaatsvindt, buiten de controle van de deelnemende bedrijven.
De resultaten van de monitor
Uit de monitor blijkt dat bij varkensslachterijen maximaal 7,4% voedselverspilling ontstaat (categorie 1, 2 en 3 samen). Dit percentage is een bovengrens, omdat binnen de monitor geen volledig inzicht bestaat in de uiteindelijke bestemming van categorie 3 reststromen. EFPRA heeft inzicht gegeven in de bestemmingen van deze reststromen binnen de Europese Unie. Een groot deel van de categorie 3-bijproducten wordt nog verwerkt tot diervoer en biomaterialen. Volgens de definitie van voedselverspilling van de Europese Unie vallen diervoer en biomaterialen niet onder voedselverspilling. Ook wordt een deel verwerkt tot compost of ingezet voor vergisting. Het streven blijft om reststromen zo hoogwaardig mogelijk te verwerken, binnen de geldende wetgeving.
Omdat de deelnemende bedrijven binnen de groepen rund- en kalfsslachterijen, rund- en kalfsvleesverwerking en varkensverwerking sterk verschillen in de producten en onderdelen die zij verwerken, geven de monitoringscijfers geen representatief gemiddelde. De cijfers bieden wel nuttige inzichten voor individuele bedrijven. Zij kunnen deze gebruiken om hun reststromen beter in beeld te brengen en voedselverspilling verder te verminderen.
Inzet voor versoepeling wetgeving
Strenge wet- en regelgeving bepaalt wat er met dierlijke reststromen mag gebeuren. Niet alle stromen mogen als diervoer of humane consumptie worden ingezet. Om verspilling van waardevolle grondstoffen verder te beperken, zet EFPRA zich in voor versoepeling van de wetgeving in de EU rond de inzet van Verwerkte Dierlijke Eiwitten (VDE). Die inzet wordt ondersteund door de brancheorganisatie FEFAC (The European Feed Manufacturers' Federation) en de vleessector. Inzet op verbetering van spelregels, waaronder verandering van wet- en regelgeving om onnodige voedselverspilling te voorkomen, mits veilig voor mens en dier, is ook een speerpunt van Samen Tegen Voedselverspilling.
”Slachtbijproducten vertegenwoordigen waardevolle eiwitten, vetten en fosfaten, die lokaal in Europa zijn geproduceerd en kunnen helpen om minder van deze nutriënten te importeren.” Vertelt Carine van Vuure, lid van de Standing Technical Committee binnen EFPRA. “Het zijn daardoor circulaire grondstoffen voor humane voeding, diervoeding en meststoffen voor planten”
Deelnemers zien veel voordelen in de monitor
Tijdens de presentatie van de resultaten gaven de deelnemers aan dat ze veel voordelen ervaren van de monitor. Ze krijgen direct inzicht in waar ze grote stappen kunnen zetten in hun eigen processen en ze kunnen de data gebruiken voor hun CSRD-rapportage. Ook zien ze waar nog kansen liggen voor verdere verbeteringen.
Doe mee aan de volgende monitor
De deelnemende bedrijven in deze monitor zijn: Ferdinand Zandbergen, Gebr. Stroomberg B.V., Goedegebuur, Hutten Beef, Jan Zandbergen Group, Pali Group, VanDrie Group, Van Loon Group, Van Rooi, Vion Food Group, F. Wellink Lekkerkerk B.V. en Westfort Vleesproducten.
De monitor blijft zich verder ontwikkelen om de deelnemers een nog beter inzicht te geven in hun eigen cijfers ten opzichte van het sectorgemiddelde. Wil je ook deelnemen aan de volgende monitor? Neem dan contact op met VleesNL of met een bericht naar office@samentegenvoedselverspilling.nl.