2025-06-05

Sonac en JEGG: succesvolle toepassing aangepaste wetgeving

Tags

Stakeholders
Diervoederindustrie
Nieuws
Samenwerkingen

Bron foto: monticello, Shutterstock.com.

Sinds september 2021 is het in de EU weer toegestaan om Verwerkte Dierlijke Eiwitten (VDE) (in het Engels ‘Processed Animal Proteins’ (PAP’s)) toe te voegen aan diervoeder. Zo vinden de bijproducten met dierlijke eiwitten alsnog een nuttige bestemming en blijven deze eiwitrijke grondstoffen circulair in de keten. Een goed voorbeeld waarbij deze gewijzigde wetgeving succesvol is toegepast, is de case van Sonac (onderdeel van Darling Ingredients) en JEGG. Beide bedrijven zijn stakeholder van Samen Tegen Voedselverspilling en lid van het cluster Circulaire Dierlijke Eiwitketen. Ze startten samen een pilot waarbij ze zowel successen boekten als tegen uitdagingen aan liepen. Naast deze case is er met de aangepaste wetgeving nog veel meer mogelijk in het kader van grondstoffen binnen de circulaire dierlijke eiwitketen behouden.

Diervoer gemaakt met bijproducten, zoals VDE’s, heeft een beduidend lagere CO₂-voetafdruk. Het leidt ook tot minder druk op natuurlijke hulpbronnen, behoud van biodiversiteit, minder afhankelijkheid van de wereldwijde grondstoffenmarkt en een veerkrachtig voedselsysteem. Bovendien voorkomt het verspilling van deze waardevolle grondstoffen. Retailers zien hier ook kansen in, omdat producten zoals gehakt, hiermee een lagere CO2-footprint kunnen hebben. Ook kan dierlijk vet bijvoorbeeld ingrediënten zoals palmolie vervangen. Hier liggen nog veel kansen voor een duurzamer en toekomstbestendig voedselsysteem.

“Als we verspilling en verliezen van voedsel en grondstoffen effectief tegen willen gaan, is het belangrijk dat de productieprocessen meer circulair worden, bijvoorbeeld door onvermijdelijke bijproducten te gebruiken in diervoer.” Vertelt Karin Roosen, programmamanager bij Samen Tegen Voedselverspilling. “Versoepeling van wet- en regelgeving en stimulansen voor bedrijven om de bijproducten te benutten helpen om deze transitie naar een circulair systeem te maken. Voedselveiligheid staat hierbij natuurlijk altijd voorop.”

Voorbeeld case: Sonac en JEGG

Sonac en JEGG waren één van de eersten die het voortouw namen in het toepassen van de in 2021 aangepaste Europese wetgeving. Ze experimenteren samen met het toevoegen van het meel van bijproducten uit de vleesindustrie aan het kippenvoer van JEGG. Dit meel kan als een eiwitrijk ingrediënt goed gebruikt kan worden in kippenvoer als vervanger van soja. Op deze manier benutten deze partijen een bijproduct als een dierlijk eiwitproduct voor humane consumptie, namelijk een ei.

Naast kansen zijn er ook
uitdagingen
Er mag langzaamaan steeds meer, maar de bedrijven merkten dat de strenge wet- en regelgeving nog steeds belemmerend is. De uitdaging is nu vooral dat door de aangepaste wetgeving het eiwitrijke meel wel gebruikt mag worden, maar dat het helemaal apart behandeld moet worden. Zo moeten bijproducten van varkens en kippen verplicht streng gescheiden blijven. Dit houdt in dat de hele toeleveringsketen beperkt moet zijn tot de bijproducten van één diersoort. Dat betekent dus ook voor elk dier aparte fabrieken, apart transport, geregistreerde boeren en meer. Dat is voor deze case met JEGG wel haalbaar, maar voor grote veevoerproducenten is dat een complexere uitdaging omdat hun productiesystemen niet makkelijk aangepast kunnen worden. Het aanpassen van huidige systemen, de bestaande middelen en de allocatie van bepaalde diervoedersoorten aan aparte fabrieken, maakt dit dus complex. Voor mengvoerbedrijven brengt een omschakeling veel extra kosten met zich mee.

Daarnaast zijn er ook marktbelemmeringen door onterechte angst over voedselveiligheid. Sommige bedrijven maken daarom liever geen gebruik van dierlijke bijproducten in het voer. Een aantal bedrijven geeft uit voorzorg hun dieren zelfs uitsluitend plantaardige voeding. Terwijl onderzoek heeft uitgewezen dat wanneer dierlijke eiwitten (VDE’s) op de juiste manier worden verwerkt, dit op een voedselveilige manier kan.

“De Nederlandse overheid, zowel de NVWA als het ministerie van LVVN, hebben Sonac en haar klanten gesteund bij het implementeren van deze nieuwe complexe wetgeving.” Vertelt Carine van Vuure van Darling Ingredients. “Ook in vergelijking met de omringende EU-landen liepen wij hiermee voorop. In de toekomst vragen we opnieuw steun om deze wetgeving in Brussel verder te vereenvoudigen op basis van de huidige wetenschappelijk inzichten.”

Hulp van de overheid nodig
De case van Sonac en JEGG is slechts een voorbeeld van hoe de gewijzigde wetgeving positief toegepast kan worden om verspilling van grondstoffen tegen te gaan. Er is nog veel meer mogelijk! De overheid kan helpen om de circulaire dierlijke eiwitketen op deze manier te realiseren. Maar om de hierboven genoemde uitdagingen aan te pakken, is verdere ondersteuning vanuit de overheid nodig. Ten eerste door wet- en regelgeving nog praktischer toepasbaar te maken voor de betrokken partijen. En ten tweede om bedrijven die de overstap willen maken naar meer circulaire systemen, actief te ondersteunen.


Ben je werkzaam in deze sectoren en wil je graag aansluiten bij het cluster? Of werk je bij de overheid en wil je bedrijven helpen met deze uitdagingen?