2025-03-21

De voordelen van reststromen verwerken tot diervoer

De voordelen van reststromen verwerken tot diervoer

In iedere ketenschakel van het voedselsysteem ontstaan onvermijdbare reststromen; in de primaire productie, verwerkende industrie, bij handelsbedrijven, in retail, bij consumenten thuis en in de horeca. Vele van deze reststromen worden verbrand, gecomposteerd of via vergisting omgezet tot biogas. Terwijl de waardevolle reststromen vaak nog tot diervoer kunnen worden verwerkt. Zo blijven de grondstoffen circulair in de voedselketen en wordt de CO2 footprint van het voer verlaagd. Maar mede door strenge wet- en regelgeving liggen hier nog uitdagingen. Het cluster Circulaire Dierlijke Eiwitketen van Samen Tegen Voedselverspilling werkt aan oplossingen in de keten.

In plaats van verbranding of vergisting kunnen onvermijdbare reststromen die nog voedingswaarde hebben ‘verwaard’ worden, wat letterlijk betekent: opnieuw waarde toekennen. We gebruiken hiervoor de Ladder van Moerman, waarop is aangegeven hoe voedsel/grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk ingezet kunnen worden.

“In het beste geval worden deze onvermijdbare reststromen alsnog verwerkt naar een voedingsmiddel voor menselijke consumptie. Zoals brouwgraan uit het productieproces van bier dat verwerkt wordt tot meel voor broodproducten.” Vertelt Karin Roosen, projectmanager van het cluster Circulaire Dierlijke Eiwitketen. “Het upcyclen naar voedsel voor mensen is niet altijd mogelijk, maar vaak zijn de overige stromen wel geschikt voor diervoeder. Composteren, vergisten of verbranden van voedsel zijn de minst wenselijke opties, omdat de waardevolle grondstoffen daarmee de voedselketen verlaten.”

Hoogwaardige grondstof- en nutriëntenbenutting

In een circulair voedselsysteem bestaat afval niet: afval is een grondstof. Alle grondstoffen worden efficiënt en effectief gebruikt, en onvermijdbare reststromen worden weer benut. Het gebruik van onvermijdbare reststromen voor diervoer heeft een aantal voordelen:

  • De grondstoffen blijven circulair in de voedselketen.

  • Reststromen kunnen verwerkt worden tot diervoeder en vervangen daarmee andere (eiwitrijke) ingrediënten in diervoer, zoals maïs en graan. Daardoor is er minder impact op CO2, water- en landgebruik om deze ingrediënten te verbouwen voor voer en kunnen de ingrediënten worden besteed aan menselijke consumptie.

  • Diervoer gemaakt van voedselresten heeft hiermee een CO2-voetafdruk die significant lager is dan traditioneel diervoer.[1]

  • Circulair diervoer leidt ook tot minder druk op natuurlijke hulpbronnen, behoud van biodiversiteit, minder afhankelijkheid van de wereldwijde grondstoffenmarkt en een veerkrachtig voedselsysteem met genoeg goed voedsel voor iedereen.

  • Daarnaast zetten varkens, koeien en kippen onze voedselresten weer om in een dierlijk eiwitproduct voor menselijke consumptie, zoals een kringloopkarbonade, zuivel of een verspillingsvrij ei, en daarmee wordt de kringloop gesloten.

Kansen en uitdagingen: flexibiliteit, innovaties en wet- en regelgeving

Eén van de uitdagingen is dat deze onvermijdbare reststromen vaak niet het hele jaar rond ontstaan in dezelfde hoeveelheden. Veevoerproducenten die diervoer met deze reststromen produceren moeten hier dus met logistiek en productie flexibel op kunnen inspelen om voer te produceren met een constante nutritionele waarde. Daarnaast, om de reststromen op een goede (voedselveilige) manier te verwerken, moeten nieuwe technieken worden ontworpen en de innovaties worden getest. Zo zouden de reststromen van supermarkten interessant kunnen zijn voor veevoer, alleen moeten deze wel goed gescheiden worden. Dit is alleen niet gebruikelijk en moet getest worden. Ook gemixte reststromen vanuit restaurants en vleeshoudende reststromen vanuit de industrie vormen een interessante stroom voor diervoer (mits voedselveilig verwerkt in een daarvoor bestemde verwerkingsinstallatie). Dit is echter in de EU niet toegestaan door wet- en regelgeving, terwijl dit in andere werelddelen al veelvuldig op een voedselveilige manier wordt toegepast. Hierin liggen dus nog kansen en uitdagingen.

Waarom is dit thema belangrijk?

“De huidige, lineaire manier van voedselproductie verbruikt te veel broeikasgassen, water en land en overschrijdt daarmee de grenzen van de planeet. Het is een systeem dat niet houdbaar is.” Vertelt Karin Roosen. “Een transitie naar een circulair voedselsysteem is essentieel voor een duurzame  toekomst waarin genoeg voedsel beschikbaar is voor iedereen.” Daarom is het verwaarden van onvermijdbare reststromen als onderdeel van de kringlooplandbouw ook een belangrijk onderwerp voor het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur (LVVN) en in lijn met Farm-to-Fork-strategie en de Nationale Eiwitstrategie.

Het cluster Circulaire Dierlijke Eiwitketen

Samen Tegen Voedselverspilling heeft het cluster Circulaire Dierlijke Eiwitketen opgericht. In dit cluster werken bedrijven uit de hele keten samen aan business modellen om onderscheidende, circulaire producten via supermarkten, speciaalzaken of het out-of-home kanaal aan te bieden. Ze willen innovaties opschalen om kringlopen te sluiten en werken aan een aantrekkelijk circulair verdienmodel voor alle ketenpartners. In de afgelopen jaren zijn diverse cases opgezet om de mogelijkheid en potentieel van diverse reststomen te testen.

Deelnemers aan het cluster zijn: Darling Ingredients, FeedValid, JEGG, Kipster, Looop, Nevedi, Nijsen company, Oranjehoen, Schothorst Feed Research, Zonvarken, de gemeente Meierijstad, het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de provincie Noord-Brabant en Wageningen University & Research.

Kijk hier voor alle informatie over het cluster

Heeft jouw bedrijf ook (op regelmatige basis en op grote schaal) reststromen die geschikt zouden kunnen zijn voor diervoer? Of werk je met vee en wil je de CO2 van je vee(voer) omlaag brengen? Of werkt jouw bedrijf op een andere manier aan de circulaire dierlijke eiwitketen? Sluit je dan aan bij het cluster! Neem hiervoor contact op via office@samentegenvoedselverspilling.nl.


[1] Broeze & Dijkink, 2024 (RENEW policy brief)